De wet van natte aarde
Onze kleurenkaart heeft één wet: elke kleur moet kloppen op natte aarde. Leisteen, salie, steen, getij, navy, antraciet: de tinten van een bospad na regen, een rotswand, de Noordzee in oktober.
Dat is geen smaakkwestie maar een gebruikskwestie. Gedempte, koele kleuren werken in beide werelden van de dag: ze vallen niet uit de toon op een bergpad en niet aan een vergadertafel. Warme zontinten als camel, honing en mosterd doen dat niet. Die vragen om zon, zomer en een gebruinde huid, en verraden zich in elke andere context. Daarom komen ze bij ons nooit in de eerste laag; hooguit op broek- of jasafstand, ver van het gezicht.
Binnen de wet is er ruimte: contrast leeft bij ons op de lichtheids-as, niet op de kleurenas. Donker anker boven, licht neutraal onder, of ton-sur-ton voor buiten.
Beperking is het begin van een herkenbaar merk. En van een kast waarin alles bij alles past.